De kleine prinses van Frances Hodgson Burnett, vertaling Imme Dros, Leopold, 10+

Blijkbaar loont het om de klassiekers van Frances Hodgson Burnett op de markt te brengen want De kleine prinses is alweer het derde boek van de Britse auteur dat uitgeverij Leopold door Imme Dros heeft laten vertalen. Het oorspronkelijke verhaal stamt uit 1905 en werd net als haar andere boeken aanvankelijk als krantenfeuilleton gepubliceerd. De Britse auteur is vooral bekend van de everseller De geheime tuin. Haar Nederlandse bibliotheek werd een paar jaar geleden aangevuld met De kleine lord en nu is er dit boek over de belevenissen van een meisje op een Londense kostschool.
Sare Crewe komt er terecht nadat haar vader naar India vertrekt. Hij behandelde zijn dochter als een echte prinses en door haar eigen opstelling wordt ze door de andere leerlingen ook zo gezien en behandeld. De meiden hangen aan haar lippen omdat ze ze slim en grappig is en fantasierijke verhalen vertelt. De directrice van de kostschool (een voorloopster van Juf Bulstronk uit Matilda van Roald Dahl) ergert zich gruwelijk aan het in haar ogen verwende sujet. Ze ziet haar kans schoon als de vader van Sara overlijdt omdat de vorstelijke betaling aan de kostschool daarna stopt.
Sara wordt gedegradeerd tot dienstmeisje en verbannen naar een tochtige zolderkamer. Het kleineren heeft weinig effect op haar innerlijke wereld. Ze blijft een vriendelijk en blij meisje, op het onvoorstelbare af. De kern van het verhaal is dat ze zich niet kapot laat maken en bij haar innerlijke kern weet te blijven. Niet vanuit een soort strijdbaarheid of vastberadenheid, maar omdat ze zo in elkaar zit. Haar optimisme heeft iets wonderlijk naïefs, soms op het ergerlijke af, en geeft hoop aan het verhaal. Sara praat veel met haar pop en zegt dingen als: “Ik weet hoe ik er ooit achter kan komen of ik nou echt een aardig kind ben of helemaal niet. Misschien ben ik wel een vals kreng, maar daar zal nooit iemand achter komen, omdat ik nooit problemen of moeilijkheden heb die me op de proef stellen.”
Heg boek staat vol met dit soort zinnen, waar je misschien voor open moet staan. Het is een tikje archaïsch maar op mij hadden het ritme en de cadans een prettige en enigszins bedwelmende uitwerking, vooral bij het hardop voorlezen. Al lezen de lange zinnen soms lastig en is de vertaling van Imme Dros hier en daar wat slordig. Het boek is fraai klassiek vormgegeven met kaders van Jeska Verstegen. De uitgeverij maakt echt werk van deze serie.
Het is allemaal niet vreselijk spannend, al zit er een fijn plot in, maar op een gekke manier is dat naïeve optimisme heel geruststellend.


