Reservekinderen, Joke Eikenaar, Luitingh Sijthof, 14+

Het lijkt wel of de adel het een plicht vindt om bastaarden de wereld in te smijten, zegt broeder Thomas. Zelfs de bisschoppen houden hun voortplantingsdrift niet in toom. Dat heeft niet zozeer met het nageslacht te maken, want naar de kinderen kijken ze nauwelijks nog om. Het is ze er vooral om te doen te bewijzen dat hun ballen nog functioneren.
Joke Eikenaar windt er geen doekjes om in haar historische jeugdroman Reservekinderen die zich in de middleeuwen afspeelt. Nakomelingen zijn er in alle soorten en maten en het leek in die tijd bijna een privilege als ze buitenechtelijk waren. Ieder zichzelf respecterende edelman had kroost van meerdere vrouwen. Eikenaar deed er uitgebreid research naar en stelde vast dat de veertiende en vijftiende eeuw ook wel bekend staan als het ’tijdperk van de bastaarden’. Er waren twee soorten nageslacht: wettige zonen en reservekinderen. Die tweede categorie bestond uit dochters en bastaarden. Dochters waren vooral handige accessoires die je kon inzetten voor politieke doeleinden, bijvoorbeeld door ze uit te huwelijken. Erkende bastaarden speelden wel een rol en waren eveneens nuttig. Ze konden vechten of zaken doen, maar hadden geen recht op de erfenis en konden niks opeisen. Bastaardzonen deden meestal extra hun best, want ze waren dankbaar voor het leven vol luxe in het centrum van de macht.
Het gegeven van de erfopvolging was in die tijd van levensbelang en deed nogal wat koppen rollen. Het levert veel onderlinge haat en nijd op en leent zich daardoor uitstekend voor een intrige. Reservekinderen is een coming of age boek van uit het perspectief van zowel meisjes als jongens. Boeiende karakters uit de verschillende milieus die het voor de kiezen krijgen, door armoede, handicaps of domweg het geslacht. Het is niet per se een voordeel om in een adellijk geslacht op te groeien. Hoe vreselijk als je op je elfde al weet aan wie je uitgehuwelijkt gaat worden omdat je vader de hertog daar voordeel bij heeft. De stelregel van de adel is dat het beter is om met een vreemde te trouwen. Liefde bezoedelt het brein maar.
De meeste personages, vooral hertogen en jonkvrouwen die op de Noord-Veluwe woonden, hebben echt bestaan. Eikenaar heeft op een indrukwekkende manier alles historisch uitgeplozen en in kaart gebracht, Dat wil de leesbaarheid van historische boeken nog wel eens in de weg zitten, maar dat is hier gelukkig niet het geval. Reservekinderen is onderhoudend en soms ronduit meeslepend in een directe stijl die de lezer pakt. Vol met beeldende beschrijvingen die soms geestig zijn, bijvoorbeeld over de sympathieke dwerg die gekleed gaat als een ‘potsierlijk riddertje’. Of gruwelijk als Eikenaar in detail vertelt hoe een vermoorde tante wordt aangetroffen. ‘Haar nek had een vreemde knik, in haar gezicht hadden vogels gaten gepikt’.
Eikenaar belicht tal van aspecten die een rol spelen in de adel van die tijd, maar hebberigheid, bijgeloof en onderling wantrouwen zijn universeel en tijdloos. Reservekinderen is een rijk boek met verrassende verhaallijnen en wendingen. Er komt zelfs homoseksualiteit om de hoek kijken en feminisme en emancipatie spelen een rol. Al bestonden daar toen nog geen woorden voor. Reservekinderen doet aan het werk van Jean-Claude van Rijckeghem denken en dat is een compliment.


