Wolfke van Mariska Overman, illustraties Harmen van Straaten, Kluitman, 10+

‘Het begon allemaal toen haar moeder een meisje meenam van haar werk en niemand dat mocht weten.’ Deze intrigerende openingszin luidt een verhaal in waarin een wetenschapster haar elfjarige dochter met een geheim opzadelt van ‘ongeveer anderhalve meter met voetjes.’ Holly woont samen met haar moeder in een grote villa in het bos. Ze heeft snel in de gaten dat het geheim iets te maken heeft met dat geheimzinnige wolvenmeisje in het Brunnenwoud, dat onlangs uitgebreid in het nieuws was. Haar moeder probeert het vertrouwen te winnen van het meisje en dat kan beter thuis dan op het instituut waar ze werkt.
Holly besluit in de nacht naar zolder te gaan om tekeningen van het meisje dat ze Wolfke noemt te maken en uit te zoeken of het om een monster of iets anders gaat. Dat blijft een mysterie, voor zowel Holly als de lezer, en dat is alleen maar goed voor de spanningsboog. De vraag over de identiteit van dit bijzondere meisje is de sterke troef van het boek.
Mariska Overman kwam enkele jaren geleden met een klap de kinderboekenwereld binnen met haar debuut De zomer die alles was die werd bekroond met een zilveren griffel. Ook in de opvolger Duizend stukjes overal spelen dood en rouw een hoofdrol, wat ook in Wolfke weer een thema is, maar dan iets minder prominent. Holly krijgt advies van haar overleden vader die nu in een vaas zit. Dat gegeven blijft een beetje aan de oppervlakte, net als een aantal andere motieven, zoals een raaf met een soort voorspellende gave. Er zijn meer elementen die beter uitgewerkt hadden kunnen worden (bijvoorbeeld waarom Holly niet naar school gaat en thuis les krijgt) omdat ze vooral vragen oproepen. En er is al een andere vraag die om aandacht vraagt.
Interessante bijfiguur is haar vriendje Oskar, die rondloopt in een camouflagebroek en zich voorbereidt op het einde van de wereld. Als hij hoort het over mysterieuze meisje zegt hij: ‘wat als zij een begin is’. Ook hij had wat meer reliëf mogen krijgen. Holly kan goed tekenen en draagt de hele dag haar schetsboek met zich mee. Dat komt niet terug in de illustraties van Harmen van Straaten die het verhaal eerder in de weg zitten dan iets toevoegen omdat ze de illusie verstoren. Het is een gemiste kans om een tekenaar in de huid van Holly te laten kruipen en haar schetsen te tonen.
Het zijn minder geslaagde zijlijnen in een boek waarvan het leidende verhaal sterk genoeg is van zichzelf: hoe Holly en anderen zich verhouden tot Wofke. Het wolfmeisje wordt door veel dorpelingen als een bedreiging en monster gezien zonder dat mensen weten wie ze is. Overman brengt de giftige dynamiek en dreiging die daarbij ontstaat overtuigend naar voren. Het culmineert in een sterke scene van een woede menigte (‘De meute’) die zich verzamelt rond de villa. Daar gaan verschillende complottheorieën in het rond die gebaseerd zijn op onwetendheid en een gecreëerd vijandsbeeld. Een directe verwijzing naar de recente protesten rond de komst van AZC’s. De vraag is wie nou eigenlijk precies het gevaar en de dreiging vormt? Holly ziet de dorpsgenoten als ‘monsters met klauwen die haar villa vastgrepen en die het liefst op de kop hielden en door elkaar schudden tot Wolfke eruit kletterde’. Met dat soort zinnen laat Overman haar stilistische kracht zien.
Het einde van Wolfke is gedurfd omdat het veel openlaat en ontroert ook in zekere zin. De twee meisjes trotseren de meute omdat ze elkaar zijn gaan vertrouwen.


