Dit artikel in het kader van de Nationale Voorleesdagen 2026 verscheen in januari in het Dagblad van het Noorden, de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad.
Vorige week was ze in de bibliotheek van Hoogezand en Mies van Hout (63) zag dat ze daar enorm veel werk van haar boek ‘Kleine Aap’ hadden gemaakt. Er was met allerlei materialen een woud gebouwd waarin de aapjes en andere dieren van duplex stonden. “Je wilt niet weten wat ze allemaal verzinnen om ervoor te zorgen dat kinderen bij boeken betrokken raken. Dat is zo leuk om te zien.”
Duizend woorden
‘Kleine Aap’ is door het CPNB verkozen tot Prentenboek van het Jaar 2026 en staat daarom centraal tijdens de Nationale Voorleesdagen. In veel scholen en bibliotheken wordt het boek voorgelezen. Het zijn dan ook drukke dagen voor de Drentse illustratrice en schrijfster. Ze leest voor tijdens het nationale voorleesontbijt in Het Forum in Groningen en is daarna op tal van plekken aanwezig om over haar boek te vertellen. De bekroning is geweldig, vertelt Van Hout, maar het is ook een prijs waarmee ze aan de bak moet. “Dit gaat om allemaal om leesbevordering en omdat het vrij slecht is gesteld met de leesvaardigheid van Nederlandse kinderen, leeft dat onderwerp enorm. Ik ben altijd bezig met hoe je ervoor zorgt dat een verhaal goed overkomt bij kinderen, en dit is de ultieme gelegenheid om uit te leggen hoe je het beste kunt voorlezen.”

Voorlezen kan echt het verschil maken, volgens Van Hout. Uit onderzoek van bibliotheken is gebleken dat 15 minuten voorlezen per dag er voor kan zorgen dat kinderen een extra woordenschat opbouwen van duizend woorden per jaar. “Die kinderen hebben een grote voorsprong als ze naar de lagere school gaan. Andere kinderen halen dat niet meer in.”
Zeepbel
Toen haar eigen kinderen klein waren, was het haar favoriete moment. Samen op de bank een boek lezen. Ondanks alle afleiding die er tegenwoordig is, denkt Van Hout dat het nog steeds goed mogelijk is om kinderen aan het lezen te krijgen. Als ze op scholen komt om een verhaal te vertellen, merkt ze dat kinderen er altijd enthousiast over zijn. Maar er zijn wat vaardigheden nodig om de aandacht er bij te houden. “Ieder verhaal heeft een spanningsboog en dat is net een zeepbel. Er hoeft maar dit te gebeuren in de klas en die zeepbel raakt lek. Daarom is het belangrijk dat er rust en stilte is in een klas. Het verhaal wordt leuker als jullie stil zijn, zeg ik meestal. Daarnaast moet je kinderen aankijken want dan heb je veel meer contact met ze. Vertellen werkt beter dan voorlezen, maar dan moet je het boek natuurlijk wel kennen en zelf eerst gelezen hebben.”
Haastige maatschappij
Het zit in haar bloed om dingen goed uit te leggen, zegt Van Hout. Ze komt uit een echte Brabantse onderwijsfamilie en deed zelf de lerarenopleiding tekenen in Tilburg. Voor de liefde streek ze 35 jaar geleden in het Noorden neer, om er nooit meer te vertrekken. In haar huis in Zeegse met een dubbele woonkamer, waarvan er eentje een atelier is, maakte ze al talloze en veelal succesvolle prentenboeken.

‘Kleine Aap’ is gebaseerd op een van haar vroegste jeugdherinneringen. “Toen ik vier was, kreeg ik een broertje en ging ik naar alle buren om dat te vertellen. Kleine Aap doet hetzelfde, maar geen van de dieren luistert echt naar haar.” Het verhaal in het prentenboek gaat over een aapje dat haar verhaal niet kwijt kan aan een stokstaartje, luipaard, uil, krokodil, papegaaien en een schildpad. Allemaal denken ze al te weten wat het aapje gaat zeggen en luisteren niet echt. Een thema dat van belang is in deze tijd, stelt Van Hout. “We leven in zo’n haastige maatschappij en roepen de hele dag allerlei meningen, maar we hebben vaak te weinig geduld om echt goed te luisteren. Kinderen moeten naar volwassen luisteren, maar volwassen ook naar kinderen. We hebben de neiging om al snel in te vullen wat we denken dat kinderen gaan zeggen. Als je de tijd neemt om echt naar ze te luisteren, weet je beter wat er speelt.”
Het aapje vindt uiteindelijk gehoor bij een olifant. Al is dan nog niet meteen duidelijk wat het grote nieuws is. Daarvoor gaan de dieren allemaal mee naar haar moeder, waar Kleine Aap het eindelijk kan zeggen: “Kijk dan allemaal. Ik heb vannacht een nieuw broertje gekregen.”


