Het is een wonder: dit is het eerste boek van Desanne van Brederode dat ik heb uitgelezen. Er is iets in haar en haar werk dat me er telkens weer toe verleidt haar nieuwste roman te kopen. Maar het is nooit een gelukkig huwelijk: die boeken van Desanne en ik. Toch probeer ik het telkens weer. Misschien is haar hang naar religie, die me op zich veel meer aanspreekt dan de manier waarop bijvoorbeeld Vonne van der Meer daar mee bezig is. Of haar columns en opinie-artikelen over politieke en maatschappelijke onderwerpen waarbij ik vaak instemmend knik. Met haar romans ging het minder goed, ik strandde meestal iets na de helft.
Met dit boek, dat losjes is gebaseerd op de Deventer Moordzaak, moest het toch lukken, dacht ik. Ik heb die zaak beroepsmatig vrij goed gevolgd en ben sowieso geïnteresseerd in literatuur die maatschappelijke zaken raakt. De hoofdpersoon in dit boek pleegt een moord waarvan, behalve politie en justitie, maar weinig mensen geloven dat hij de dader is. Zijn eigen gezin staat vierkant achter hem. De hoofdpersoon komt uit een intellectueel gezin en trouwt met iemand uit een volstrekt ander milieu, wat spanningen oplevert in beide families. Afkomst en familiebanden en de verwachtingen die daarmee te maken hebben, spelen een belangrijke rol. Wat gebeurt er al als de patronen ineens worden doorbroken? Daarin doet het boek een beetje denken aan Het Diner van Herman Koch. Maar het is niet zo gek dat Het Diner een bestseller werd en dit boek niet. Koch schrijft een afgerond en spannend verhaal terwijl Van Brederode weer all the way gaat. Iets minder filosofisch dan de vorige boeken waar ik in vastliep maar op tweederde voel ik toch even het drijfzand. Maar het verhaal is intrigerend genoeg om te blijven doorlezen en ik haal met gemengde gevoelens het eind.
Hoe is het eigenlijk met die Deventer Moordzaak? Van Brederode lijkt een scherp commentaar te geven op types als Maurice de Hond, die vermomd als geëngageerd schrijver in het boek opduikt, die het zo zeker leken te weten. Het kan zomaar zo gegaan zijn als Van Brederode het beschrijft, wie zal het zeggen. Ik ben erg benieuwd of Ernst Louwes heeft gelezen maar nog meer of zijn vrouw dat ook heeft gedaan. Is ze gaan twijfelen?